Header logo langer
Hoofd content

Fout gemaakt, wat nu?

Een klager meldt zich bij de ombudsman omdat hij in een radioprogramma een foute bewering hoort. De ombudsman stuurt de klacht door naar het programma en de hoofdredactie antwoordt de klager per kerende post. Ja, er is een fout gemaakt, maar voor rectificatie in dezelfde uitzending op hetzelfde tijdstip – zoals de klager de ombudsman vraagt – ziet de hoofdredactie in dit geval geen aanleiding. Klager is het daar niet mee eens en vraagt de ombudsman alsnog om een uitspraak over de originele klacht. De ombudsman legt uit wat zij wél en níet doet.

RINTJE

Klacht en rectificatie

Na het ontvangen van een klacht stuurt de ombudsman deze altijd allereerst door naar betreffend programma en de medewerkers. Volgens het klachtenreglement heeft een omroep of journalist dan zes weken om te reageren. In het geval van de klacht over het radioprogramma gaat er nog geen 24 uur overheen. Er is inderdaad een fout gemaakt, schrijft de hoofdredacteur aan de klager. Hij legt in zijn antwoord ook uit dat het zijns inziens om een kleine fout gaat waardoor de klager niet in zijn belangen is geschaad.

In dit geval geeft de hoofdredactie rechtstreeks bij klager aan dat er een fout is gemaakt, maar niet ín de uitzending, op hetzelfde tijdstip, met “bijbehorende maatregelen” en het “aanspreken” van de redactie, zoals klager aan de ombudsman had gevraagd. Klager vraagt de ombudsman dus alsnog om een uitspraak over de initiële klacht en over de afhandeling. 

Afdwingen of niet?

Hier past de ombudsman enige pauze. Want hoe nu verder?

Klager en hoofdredacteur zijn het al eens dat er een fout is gemaakt. De ombudsman kan dat nog eens in het openbaar herhalen en benadrukken dat (enigerlei vorm van) rechtzetten of erkennen terecht is. Maar de ombudsman gaat niet over de vorm die een programma of omroep voor herstel van of communicatie over een gemaakte fout kiest. 

Dat kan raar klinken. Toch is het goed dat dit niet aan de ombudsman maar aan de omroep of het programma zelf is. De ombudsman zou, als zij rectificatie zou afdwingen, ingrijpen in de (eind)redactionele vrijheid en onafhankelijkheid van de betrokken journalisten. Dat traject hebben wij in Nederland om goede redenen neergelegd bij de rechter, slechts die kan rectificatie afdwingen. 

Zeker als een fout is erkend, de klager niet aantoonbaar rechtstreeks geschaad is en het maar zeer de vraag is of inhoud, omvang en/of impact van de fout tot een rectificatieplicht opgelegd door een rechter zou leiden, is het effectiever om een en ander, eventueel via de ombudsman, direct met een redactie of omroep te bespreken. Zeker als partijen al met elkaar in contact zijn. De Raad voor de Journalistiek of de rechter (zeker die laatste) zijn een flinke en vaak escalerende stap verder.


Hoe dan wel?

Wat kan (en doet) de ombudsman dan wel in een geval als dit? Sinds mijn aantreden (eerst als ombudsman bij de NOS, en sinds 1 januari publieke-omroep-breed) bepleit ik bij voortduring dat er een bevredigende manier gezocht moet worden voor het transparant en ruimhartig rechtzetten van fouten en onvolkomenheden in berichtgeving. Dat kan door het prominent inrichten van een herstelrubriek (de NOS heeft er een, maar die is lastig te vinden). Had in dit geval de betrokken omroep zo’n pagina gehad en was daar een correctie op de fout in het radioprogramma verschenen, dan was mogelijk geen aanvullende klacht naar de ombudsman gestuurd.

Een andere manier van omgaan met klachten en fouten zou het opzetten van een vaste en herkenbare webpagina met algemenere journalistieke uitleg en verantwoording kunnen zijn. Of een klager ruimte geven om op de programmawebsite zijn kant van het verhaal te vertellen (zie hier een voorbeeld bij de HUMAN). En in geval van een uitspraak van de ombudsman zou op de site van programma of omroep doorgelinkt of verwezen kunnen worden (zoals de NOS doet). 

Iedere omroep dient zelf te bepalen óf (en zo ja: hoe) men dit wil doen. De ombudsman publiceert op de eigen website, als nodig met naam en toenaam en kan daarnaast adviseren. Wetende dat transparantie over tekortkomingen en misstappen kan helpen bij het behouden of vergroten van het vertrouwen in de journalistieke producties van de publieke omroep, doet de ombudsman dat laatste met klem.


Niet alleen bij de publieke omroep

Ook andere media worstelen met ‘correcties en aanvullingen’, zoals het rechtzetten van fouten of onvolkomenheden nog wel eens eufemistisch wordt genoemd. In de krant volstond lang een aparte rubriek. Op radio of tv werd het al ingrijpender te corrigeren binnen een programma zelf. Op internet lijkt het ondoenlijk om een foute bewering te laten herstellen. En sociale media laten zich aan nog minder gelegen liggen. Toch moet de journalistiek fouten blijven herstellen of het is gedaan met de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. 

De ombudsman heeft (nog) geen antwoord hoe dit goed zichtbaar en vindbaar kan, maar zij weet dat bij diverse omroepen creatief en innoverend wordt gepoogd een bruikbare vorm te ontwerpen. Nog even behelpen dus. Niet elke fout rechtvaardigt ter correctie minuten zendtijd of een artikel op een website. Elke fout rechtvaardigt wel erkenning en herstel. Maar over plaats en proportionaliteit zullen publiek en journalistiek voorlopig nog wel in discussie blijven.