Header logo langer
Hoofd content

Villamedia: Ombudswerk is 'work in progress'

Definitiekwesties, een genot voor wie graag scherp slijpt. Maar als je aan de slag wilt nogal eens een kiezel in de schoen. De recent benoemde ombudsman voor de journalistieke producties van de publieke omroepen loopt er ook tegen aan. "We weten toch allemaal wel wat journalistiek is, dus laat me maar aan het werk gaan,” denk ik dan. Maar zo makkelijk kom ik er niet mee weg. Want waarover kan die ombudsman haar licht laten schijnen? Wat valt er eigenlijk onder 'de journalistiek' binnen het publieke bestel?

Als ombudsman bij de NOS kreeg ik ook klachten over de aanvangstijd van Wie is de Mol of de vragen in een kennisquiz, maar die kon ik nog pareren met het antwoord dat een en ander niet door de NOS gemaakt werd. Maar nu mijn werkterrein ook de overige omroepen binnen het publieke bestel beslaat moet ik met regelmaat uitleggen dat ik me alleen over de journalistieke output buig. Lastig genoeg, zeker als journalisten zelf de grenzen van vorm en inhoud opzoeken.

Van journal naar journaal

Journalistiek als activiteit - het vergaren, verspreiden en duiden van nieuws en (actuele) informatie bestemd voor een groter publiek - bestaat inmiddels een eeuw of vijf. Natuurlijk vertelden we elkaar al veel langer nieuws en nieuwtjes, maar dat was een mondeling en nauwelijks geformaliseerd proces. In de zestiende eeuw begonnen mensen dagelijkse berichten op te schrijven en te verspreiden in documenten die al snel de naam journal (Frans voor dagboek) kregen en in bijvoorbeeld Venetië een gazeta (een muntje) kostten. De ontwikkeling van een hanteerbare en betaalbare drukpers bespoedigde de brede verspreiding van betrouwbare informatie die de internationaliserende handel verlangde.

In die tijd berichtte de verslaggever over van alles en nog wat, en liepen ‘hard’ en ‘zacht' nieuws naadloos in elkaar over. Op de masteropleiding Journalistiek in Groningen waar ik tot dit jaar praktijkles gaf, hangt in de newsroom de voorpagina van de Haegse Mercur van 16 april 1698. Opening: de twaalf kanonnen die de Hertog van Savoyen liet gieten (een zeventiende-eeuwse versie van “We have submarines, very powerful”). Verderop bloemrijke zinnen over de trouwjurk “van parelkleur fluweel en rijkelijk met gout geboord” waarin de Zweedse kroonprinses met de “schoone oogen” zou "schitteren als de Noord-star aan den Hemel“.

Oorlogsnieuws en royalty-roddel pasten prima op één voorpagina en later - met de komst van radio, tv en internet - binnen één format. Toch werd in de loop der tijd steeds preciezer omschreven wat wel en niet tot het zware journalistieke genre behoorde, de roddel ging bijvoorbeeld een eigen weg. De journalist werd beoefenaar van een vak, al deed hij er nog lang iets anders naast zoals het schrijven van romans of het verrichten van klerkenwerk. Inmiddels lijken de ontwikkelingen in tegengestelde richting te gaan. Bijklussen wordt voor de huidige journalist, in tijden van een verkruimelend businessmodel, weer steeds noodzakelijker. En ook de grenzen van wat journalistiek is en wat niet lijken weer poreuzer te worden. Nepnieuws dat zich kan kleden in de kleuren van echt nieuws is daar maar één manifestatie van.

foto mercur (bijsnijden kan)

Vervagende grenzen

Technische ontwikkelingen maken van de passant-met-mobieltje een (zeker bij rampen) acceptabele cameraman met verrassend vaste hand. Etherruimte is niet meer schaars en een podcast of vlog snel gemaakt. Iedereen kan met een simpel programma een webzine bouwen of via sociale media informatie verspreiden.

De nieuwsgebruiker meldt zich bovendien al lang niet meer alleen bij brekend nieuws of catastrofes. Op sociale media reageert het publiek real time op verslaggeving. Van De Correspondent tot De Monitor, de kennis van het publiek wordt gevraagd en ingezet bij het journalistieke proces. Wie ooit bron was (bedrijf, non-gouvernementele organisatie, politicus of overheid) begint zelf aan het journalistiek handwerk, om met minimale tussenkomst van een verslaggever z'n boodschap te verspreiden.

Tot slot wordt van Kuifje ook nog eens verwacht dat hij ondernemer wordt en zichzelf en zijn werk kan verkopen. Waarmee de afstand tot de geldschieter minder kan worden dan vroeger de dikte van de muur tussen advertentieafdeling en krantenredactie. Niet elke razende reporter vindt dat wenselijk, maar het is in tijden van slinkende budgetten vaak niet anders.

Veranderende rollen, andere vormen

Is of kan of moet iedereen daarmee dan maar journalist zijn? Word ik daarmee de ombudsman ‘van alles’? Ooit definieerde de journalist zijn werk, zichzelf en zijn collega’s aan de hand van normatieve standaarden en ethische principes. Wat doe ik, wie ben ik, en wie of wat ben ik vooral niet? Professional versus prutser, fact checker versus communicatieadviseur, verslaggever versus literator. Maar hoe zit dat nu?

Op 2 februari werden Ester Gould en Sarah Sylbing door Villamedia uitgeroepen tot Journalist van het jaar 2016, voor de documentaireserie Schuldig van omroep HUMAN. Ze waren al verbaasd geweest over hun nominatie, zeiden ze tijdens de prijsuitreiking en later die avond op tv. Voor hen voelde een echte journalist toch eerder als iemand die zich in een onderwerp vastbijt en een scoop boven water haalt, "een Bas Haan”. Zij hadden bewust voor een gedramatiseerde vertelvorm gekozen, “met muziek en sturende voice over”, iets wat de jury ook geconstateerd had: de serie voelde als een dramaserie "waarbij je benieuwd bent naar elke volgende aflevering”.

Toch zeiden Gould en Sylbing ook dat het onderwerp van problematische schulden, en “dat je zo’n systeem blootlegt aan de hand van personages" wel degelijk journalistiek zijn. Net als hun vooronderzoek en engagement. Niet de persoon of verschijningsvorm kreeg het label journalistiek maar het onderwerp en onderzoek.

Ik keek naar mijn statuten waarin staat welke uitingen van de publieke omroepen onder verantwoordelijkheid van de ombudsman vallen. Een aantal programmacodes (voor nieuws, actualiteiten, meningsvorming en actuele sportinformatie) geven samen met een voorbeeldlijst van tv-programma’s uit 2016 aan of de ombudsman iets kan met een klacht. En daar staat Schuldig netjes bij. Fijn, want op 18 april kregen Goud en Sylbing ook nog eens De Tegel voor beste achtergrondjournalistiek, en als journalistiek ombudsman wil je toch graag dat je ‘gaat' over dat wat waardevolle journalistiek gevonden wordt. Maar een programma als Radar, dat in 2015 de VVOJ-prijs voor de beste onderzoeksjournalistiek won en wiens presentator in 2009 tot Journalist van het Jaar werd uitgeroepen, hoort volgens codes en lijst niet tot mijn werkterrein want is een consumentenprogramma. En zo is er meer om op te puzzelen.

Ook al wordt Zondag met Lubach voor een flinke groep Nederlanders de favoriete nieuwsduiding, de ombudsman hoeft niet in de benen als minister Kamp komt klagen over de Groninger gas-aflevering. Satire valt immers niet binnen het journalistieke genre. Maar het programma zond ook een uitstekend journalistiek-inhoudelijk dossier over TTIP uit.

Ook RamBam valt niet onder de ombudsman, terwijl 'mijn' Groninger masterstudenten er gewoon een journalistieke stage mogen lopen. Als KRO-NCRV het spel Eindbaas bouwt om, volgens hoofdredacteur journalistiek Hans Laroes, “nieuws en achtergronden inzichtelijk te maken” voor jongeren tussen 18 en 35 jaar, moet de informatie in het spel toch zeker inhoudelijk kloppen? Het onderzoek dat aan al deze producties ten grondslag ligt is journalistiek bij uitstek, alleen de vorm is onconventioneel.

Kuifje klein zwart-wit

Iedereen is alles

Zo wordt niet alleen iedereen journalist, zo wordt de journalist ook alles: verslaggever, spitter, vormgever, regisseur, spelletjesmaker, dramaturg, entertainer. En Kuifje moest al zoveel tegelijk kunnen. Maar als de maker vele persoonlijkheden kan aannemen en de vorm niet meer de klassiek herkenbare journaalreportage hoeft te zijn, hoe worden we het dan nog met elkaar eens over wat wel en niet journalistiek is? En is dat belangrijk?

Ja, het is belangrijk. We willen dat journalistieke inhoud, niet alleen die van de publieke omroep, door het publiek vertrouwd moet kunnen worden. Met de aanstelling van de ombudsman werd een code van kracht waaraan zorgvuldige en betrouwbare journalistieke content bij de publieke omroepen moet voldoen. De ombudsman kan producties die binnen de hierboven genoemde programmacodes vallen hieraan toetsen. De code bevat (uiteraard) klassieke voorwaarden als het niet betalen van bronnen en het halen van weerwoord, maar nog veel meer. Zo definieer je journalistiek niet als een onderwerp, persoon of product maar als een methode, als een set handelingen en afspraken. Met grenzen, ook ethische. Het publiek ziet vooral de vorm, maar het maakproces transparant maken kán en moet. Een ombudsman draagt daar aan bij.

Journalistiek handelen ligt aan meer programma’s en uitingen ten grondslag dan er binnen de programmacodering van de omroepen vallen en op de voorbeeldlijst op de ombudsmansite staan. Ik streef niet naar werelddominantie of zeggenschap over heel Hilversum. Het is voor mij en mijn ene assistent nu al ondoenlijk om de honderden verschillende journalistieke programmatitels op die lijst te behappen (en dat is dan alleen nog maar de tv en telt ook niet elk afzonderlijk NOS-journaal mee). Maar het blijft wel lastig uitleggen dat ik nu soms aan klagend publiek nee verkoop omdat een bepaald programma niet valt onder de journalistieke content waarvoor ik ben benoemd maar waar wel volgens journalistieke methodes wordt gewerkt. 

De ombudsman-statuten zeggen in een voetnoot dat het aantal coderingen kan worden uitgebreid in de toekomst, mede op basis van de ervaring die de ombudsman opdoet. De ombudsman en haar werkterrein zijn (nog) work in progress. Het hebben van één journalistieke ombudsman voor de zo verschillende omroepen met hun journalistieke tradities zal zijn nut eerst moeten bewijzen in het proces van verantwoording en transparantie dat betrouwbare publieke omroepen moet kenmerken.

Voor nu kan ik uit de voeten met programmacodes en voorbeeldlijst. En voor de programma’s waar ik niet 'over ga’ maar die toch wel eens een ombudsman over de vloer zouden willen hebben: ik kom graag langs. Van een kritische vriend wordt iedereen beter. Als u me maar niet vraagt naar de uitzendtijden van Wie is de Mol of de vragen van de quizpresentator…

Deze column werd gepubliceerd als essay in Villamedia, 2 juni 2017