Plopkappen publieke omroep
Hoofd content

Berichtgeving publieke omroep: objectief, neutraal, onpartijdig?

Het was geen ‘brekend' voorpaginanieuws. Maar voor de journalistieke programma’s van de Nederlandse publieke omroepen was 1 januari 2017 wel een beetje bijzonder. Het was de dag dat de NPO-ombudsman aantrad. En - zoals dat gaat met iets nieuws - als de sleutel eenmaal werkt en de voordeur of website open is, is het tijd voor het communicatieoffensief. Welkom, indien gewenst kan er gekocht worden. Of, in dit geval: geklaagd.

Klaagzang

Nu behoeft die oproep als het om de journalistiek gaat weinig aansporing dezer dagen. Wereldwijd roert zich het publiek dat nieuws en opinie tot zich neemt en verspreidt. Van presidenten tot (on)bekende burgers: voor hen lijken de redacteur, verslaggever, correspondent, interviewer of duider weinig goed te kunnen doen. De mailbox van de ombudsman kreeg vanaf de eerste dag een scala aan opmerkingen binnen. Van een boos “Kunt u niet iets doen aan presentator X?” (waarbij enige specificatie wát te doen ontbrak…) tot een verdrietig “De berichtgeving over politicus Y is bij jullie wel erg gekleurd” (waarbij het zowel wit als zwart kon zijn).

Om uit te zoeken of een klaagzang terecht is en om zo bij te dragen aan een hoge journalistieke standaard, daarvoor is de NPO-ombudsman aangesteld. Brede armgebaren of sweeping statements wil of zal ik daarbij niet snel gebruiken, niet na anderhalve maand in functie maar ook niet na anderhalf jaar. Want iedere klacht of vraag is uniek, de ombudsman is geen meningenautomaat of orakel, en onderzoek vraagt om tijd en reflectie. Maar op een enkel aspect van het ombudswerk kan ik al wel een lichtje laten schijnen.


Hoge verwachtingen

Wat in mijn tijd als NOS ombudsman al bleek: de meeste Nederlanders hebben hoge verwachtingen van 'hun' publieke nieuws-, actualiteiten- en opinievoorziening, en niet alleen omdat “het immers van onze belastingcenten” wordt gemaakt.  Die hoge verwachtingen zijn een goed teken en terecht. Een goed teken omdat nieuws en informatie van de publieke omroep invloedrijk genoeg geacht worden dat je er hoge eisen aan mag stellen. En terecht, omdat de journalist technisch en inhoudelijk beter dan ooit op zijn/haar taak toegerust is.

Maar soms verwacht het publiek iets dat er niet is - of anders is dan verondersteld. Bijvoorbeeld als het om objectiviteit gaat, een begrip dat met graagte door klagers aan de ombudsman wordt aangereikt als er kritiek is op inhoud, toon of insteek van berichtgeving. Onder beroepsgenoten en academici wordt al sinds de journalistiek een vak werd stevig gebakkeleid over wat objectiviteit inhoudt. En met de opmars van de 'alternative facts' is die discussie weer in alle hevigheid zichtbaar. Waarbij (het streven naar) objectiviteit door de een als een bedreiging en door de ander juist als keurmerk voor kwaliteit wordt gezien.

Klagers stellen ‘objectief’ nogal eens gelijk aan ’neutraal’ of 'onpartijdig’. Dat is, zegt men dan, wat je mag verwachten als de publieke omroep geacht wordt 'van iedereen en voor iedereen’ te zijn. Maar houdt dat dan in dat iedere afzonderlijke journalistieke uiting van de publieke omroep altijd in die zin objectief moet zijn? Klagers lijken daar vaak wel van uit te gaan, en claimen dat de journalistiek bij de publieke omroep neutraal hoort te zijn. Maar dat is niet zo.

Volgens het mediabeleid van de overheid moet het totaal van wat de publieke omroepen maken voor alle groepen in de samenleving zijn en een (lands-)breed spectrum aan meningen en opvattingen laten horen. Daarbinnen hebben de verschillende omroepen een verschillende taak of signatuur en vertegenwoordigen ze een bepaalde overtuiging. Dat wordt binnen het Nederlandse publieke bestel juist van hen gevraagd en die mogen ze dus ook tonen. NOS en NTR hebben als specifieke taak brede en onafhankelijke nieuws- en achtergrondprogramma’s te verzorgen, en dus te zoeken naar “het nieuws van alle kanten”, zoals de slogan van NPO Radio1 zegt. Binnen de publieke omroep is er brede speelruimte voor informatie en meningsvorming. Aan de ombudsman de taak om zich te laten horen als binnen die speelruimte de grenzen van zorgvuldig journalistiek handelen worden overschreden. Maar vraag dus niet aan de ombudsman om altijd, bij alle programma’s, een (of dezelfde) neutraliteitsbril op te zetten.


Verschuivende grenzen

Wat de grenzen voor zorgvuldige journalistiek zijn en waar ze liggen? Journalistieke grenzen zijn niet van Chinese Muur-kwaliteit: onwrikbaar, altijd hetzelfde en nooit te missen. Ook daar is speelruimte, die in de afgelopen jaren ook nog eens is veranderd. Denk maar aan de grotere acceptatie in aanspreekvormen voor geïnterviewden (van 'Excellentie' tot ‘Ome Roon’), meer tolerantie voor het gebruik van (soms kwalitatief slecht) beeld van derden of het toestaan van gebruik van gelekte stukken.

Maar er zijn ook veel constanten. Die journalistieke principes die voor ieder nieuws-, actualiteiten- of opinieprogramma van de publieke omroep buiten kijf staan, zijn door de omroepen onlangs opgenomen in een journalistieke code. Deze is opgesteld op basis van (inter)nationaal gehanteerde gedragscodes en standaarden. Wanneer in programma's de code in het gedrang komt zal de ombudsman erover vallen en erover publiceren.

Er wordt in de code beschreven hoe de journalistiek te werk moet gaan om van hoge kwaliteit, controleerbaar en geloofwaardig te blijven, met bijvoorbeeld handvatten voor het vermijden van belangenverstrengeling, het omgaan met bronnen of richtlijnen rond publicaties. De woorden ‘objectief’  en ‘neutraal' komen er niet in voor, wel termen die vaak als equivalent gebruikt worden: onafhankelijk, onpartijdig en onbevooroordeeld. Ze worden op een praktische manier verder ingevuld, want aan lege definities heeft niemand iets.

Er staat in de code ook nog een bedrieglijk eenvoudig klinkende zin: “Journalisten maken in publicaties duidelijk onderscheid tussen feiten en meningen.” De code schrijft niet voor wat een feit is of wat een mening. Maar de journalistiek zal steeds en overtuigend duidelijk moeten maken dat het publiek bepaalde informatie of berichten als feiten kan vertrouwen en aangeven waar dan eventueel het waardeoordeel van de opinie begint. Maar alles begint met het zonder voorkeur of oordeel verzamelen van relevante en voldoende diverse informatie.


Meer dan een fout?

En dat dan onder de druk van een 24uurs-nieuwscyclus die het langzame denken en zorgvuldig werken nog wel eens tegenwerkt. Want terwijl de ombudsman deze stichtelijke tekst optikt, beschrijft in Spijkenisse een NOS-verslaggever de omvang van een PVV-campagnebijeenkomst met woorden in de ongefundeerd overtreffende trap. De bijdrage haalt op 18 februari alle avonduitzendingen, want de discrepantie tussen het aantal aanwezigen (beperkt) en de woordkeus (”ongekend”) wordt op de nieuwsvloer op dat moment niet opgemerkt. Maar de sociale en andere media zien en horen ‘m wel. Zesendertig uur later publiceert de NOS een rectificatie: in de hectiek van het moment zijn de "verkeerde woorden” gekozen. Kijkers vragen desondanks de ombudsman om een oordeel en om ingrijpen.

Voor de helderheid: de ombudsman grijpt niet in maar onderzoekt en toetst journalistiek handelen en bericht daarover. Of een omroep of programma vervolgens iets kan of doet met de kritische observaties van de ombudsman is aan die organisatie zelf. Aan deze casus valt na de herstelexercitie van de NOS nog maar een enkele opmerking toe te voegen. Want al vinden sommige klagers dat maar moeilijk te geloven: een fout is vaker gewoon een fout dan een complot. Hier is iets fout gegaan en iedereen vindt dat heel vervelend. De ombudsman constateert na gesprekken met betrokkenen geen kwade opzet of in het tv-verslag geslopen ontzag voor de politieke partij in kwestie.

Waar fouten gemaakt worden, moeten die allereerst snel gecorrigeerd en daarna uitgezocht en uitgelegd worden. Weinig is zo funest voor het vertrouwen als het niet, laat, gedeeltelijk of aarzelend melden dat een telling, spelling of waarneming niet correct was. Dat had in dit geval zeker sneller gemoeten, want fouten waaien niet meer zomaar over. De ombudsman pleit al langer voor het snel naar buiten brengen van opgedaan zelfinzicht. Want transparantie is een van de weinige wapens die de journalistiek heeft om vertrouwd te worden.

Verder hebben betrokkenen bij de uitzendingen de fout niet opgemerkt, en dat baart hen zelf zorgen. Maar meer nog dan het analyseren van gebeurtenissen in het verleden moet bekeken worden hoe zoiets in de toekomst voorkomen kan worden. Bij dergelijk organisatorisch zelfonderzoek zit de ombudsman niet aan tafel, dat is aan de redactie.


Meer of minder aandacht?

Daarnaast werd en wordt ook geklaagd over de plaats in de uitzending (was dit een opening waard?) en de (hoeveelheid) aandacht die de PVV in de berichtgeving krijgt, niet alleen in die van de NOS maar ook van andere omroepen. De ombudsman krijgt zeker ook de omgekeerde klacht: veel te weinig zendtijd en aandacht. Verder kunt u de PVV in beide typen klachten vervangen door veel andere partijen die meedoen aan de komende Kamerverkiezingen.

Inzet van mankracht en het toekennen van beschikbare minuten zijn afwegingen die door de (hoofd)redacties van de journalistieke programma’s worden gemaakt en waar de ombudsman terecht niet in kan treden. Wat de ombudsman wel kan is onderzoeken of het geheel aan berichtgeving voldoet aan de standaarden voor zorgvuldige journalistiek, gekoppeld aan de opdracht aan de publieke omroepen tot het gezamenlijk laten horen van alle groepen, stemmen en meningen in de samenleving. Ik kan u beloven dat zo’n onderzoek in de pen zit maar enige tijd gaat kosten. Want ook de ombudsman zal allereerst, in alle onpartijdigheid, de feiten moeten verzamelen.


Stenograaf of journalist

Waarmee we terug zijn bij het begin van het journalistieke proces, maar zeker niet bij het eind daarvan. Met het verzamelen van feiten ben je er niet als journalist, zo stelde collega-ombudsman Alan Sunderland van de Australische publieke omroep ABC een dik jaar geleden al in een artikel over de (on)mogelijkheid tot objectief berichten. Hij schreef dat iedere reporter die slechts feiten verzamelt en optekent geen journalist is maar een stenograaf. Journalisten verzamelen informatie, beoordelen en wegen bewijskracht en het belang ervan, en delen die informatie op een manier die het publiek inzicht geeft in hoe een zaak in elkaar zit: “The truth of the matter”, noemde Sunderland dat.

Daar zit subjectiviteit in, maar wel een die in bedwang gehouden wordt doordat de journalist bereid is met open blik naar beschikbare en uiteenlopende informatie te kijken, de eigen blinde vlekken onder ogen te zien, en in dat proces niets te negeren of veranderen dat niet in een vooropgezette opvatting past. Objectiviteit wordt zo een methode, gereedschap, en geen doel op zich. Het staat al in hét journalistieke handboek op dit terrein, The Elements of Journalism uit 2001, waarmee veel huidige journalisten groot geworden zijn.

Met die bril op gaat de ombudsman aan de slag bij het onderzoeken van klachten en vragen, want zo is een begrip als objectiviteit controleerbaar te maken en toe te passen op het journalistieke handelen bij de publieke omroep. De winkel is open, u ziet in de etalage alleen nog gereedschap. Nu nog de producten. Maar daarover, over die waaier aan journalistieke programma’s, in een volgende column meer.


Wilt u een reactie geven op het bovenstaande bericht? Neem dan contact op met de ombudsman.