2017 - NPO - credits Jan Willem van Hofwegen - 020-2
Hoofd content

Geschiedenis

1923: verzuilde samenleving, verzuilde radio
De eerste Nederlandse radio-omroep was de voorloper van de AVRO. Al snel volgden andere omroepen die nu nog bestaan: NCRV, KRO, VARA en VPRO. Ze gaven zichzelf vooral een culturele en opvoedende taak.

Die omroepen vertegenwoordigden verschillende groepen in de samenleving. De AVRO echter wilde een nationale omroep zijn, die boven de andere omroepen stond.

1930: het Zendtijdbesluit
Het besluit verdeelde 80% van de zendtijd over de vier grote omroepen. De KRO en de NCRV kregen de ene zender, de AVRO en de VARA de andere. De rest van de zendtijd was voor kleinere omroepen zoals de VPRO en een algemeen programma.

1940: radio tijdens de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de bezetting werden alle omroepen verboden. De NSB had een eigen omroep: de Rijksradio. Maar die was niet erg populair. Nederland luisterde massaal naar illegale Engelse zenders, zoals Radio Oranje.

1949: de komst van televisie
De regering besloot in 1949 dat er Nederlandse televisie mocht worden gemaakt. Het duurde nog twee jaar voor, op 2 oktober 1951, Nederland 1 voor het eerst uitzond. De vier grote omroepen hadden samen de NTS opgericht om die uitzendingen te verzorgen.

1956: het Televisiebesluit
Dit besluit verdeelde de zendtijd tussen de vijf grote omroepen. De NTS zou de gezamenlijke uitzendingen verzorgen, zoals het journaal. Het besluit hield 5% van de zendtijd beschikbaar voor kerkdiensten van kerkgenootschappen.

1967: de Omroepwet
In 1964 startte TV Noordzee, met programma’s voor iedereen. Die zender werd snel populair. Toen TV Noordzee als TROS officieel zendtijd aanvroeg, liep het debat zo hoog op, dat het kabinet viel.

Een nieuw kabinet stelde de Omroepwet op. Deze wet regelde reclame via de STER. De NOS zou vanaf nu gezamenlijke uitzendingen op zowel radio als televisie uitvoeren. En de NOS moest de programma’s coördineren, onafhankelijk van de omroepen. De omroepwet regelde ook dat vanaf nu iedereen die een bepaald aantal leden had, als omroep zendtijd kon aanvragen.

1987: de Mediawet
Deze Mediawet was vooral bedoeld om Nederlandse commerciële televisie tegen te houden. Een onderdeel daarvan was dat de omroepen zich meer als één publieke omroep moesten opstellen.

Lang hield het geen stand. In 1988 kreeg Nederland een derde net én het eerste commerciële kanaal: Kindernet (nu Nickelodeon). Nog een jaar later kwam RTL4. Vanaf dit moment heten de gezamenlijke omroepen de publieke omroep.

2006: het Programmeermodel
Vanaf eind jaren tachtig zat elke omroep op een eigen net: de thuisnetten. Die manier van programma’s verdelen paste niet bij de eenentwintigste eeuw. De kijkcijfers op de publiek omroep liepen terug.

Het nieuwe programmeermodel richt de drie netten in op basis van het publiek. Nederland 1 is voor een breed publiek, Nederland 2 voor mensen die verdieping zoeken en Nederland 3 voor een jonger publiek. Zappelin en Zapp zijn speciaal voor kinderen.

2008: de Mediawet 2008
De Mediawet 2008 regelt onder meer de eisen die aan omroepen gesteld worden en wat de publieke omroep wel en niet mag doen buiten radio en televisie.

2011: 3-3-2
Een voorstel van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO): de omroepen gaan samen. Vanaf 2016 zijn er zes omroepen: AVRO/TROS, KRO/NCRV, VARA/BNN, EO, Omroep MAX en VPRO. Als POWned en WNL bij de ledenmeting in 2014 voldoende leden hebben, sluiten ze zich aan bij één van de andere zes omroepen.

De NOS blijft de onafhankelijke leverancier van nieuws, sport en informatie.

2016: Nieuwe Mediawet
Via een intensief parlementair traject wordt de nieuwe Mediawet aangenomen in de Eerste Kamer. Met de nieuwe wet is de publieke omroep onafhankelijker geworden van de politiek. De deur voor externe producenten gaat verder open en de NPO krijgt meer mogelijkheden om te sturen op doelmatigheid. Voorts wordt het publiek directer betrokken bij de publieke omroep. De wet regelt dat de NPO representatieve publieksvertegenwoordiging moet organiseren.